|
De leden van de volgende verenigingen - Michiel de Swaenkring, Comité Flamand de France, Menschen lyk wyder, Het Reuzekoor, Tegaere Toegaen, - bijeengekomen in Hazebroek op 28 en 29 november en 19 december 1981, ter gelegenheid van de vierde Vlaamse Volkshogeschool, hebben, namens alle inwoners van de arrondissementen Rijsel, Dowaai en Duinkerke die zich Frans-Vlamingen voelen en het ook willen blijven, het manifest van de Frans-Vlamingen aangenomen.
Manifest van de Frans-Vlamingen
Dit manifest somt de voorwaarden op die door alle betrokkenen en alle verantwoordelijken tegelijk vervuld moeten worden, willen de Fransen uit Vlaanderen hun eigen regionale kultuur kennen en kunnen verspreiden, en zodoende zichzelf ontplooien en het nationale leven verrijken met eerbiedinging van hun gemeenschappelijke identiteit.
Dit manifest is gegrond op de onvervreemdbare rechten die aan de personen en de etno-kulturele groepen worden toegekend door de Universele Verklaring van de Mensenrechten, de Verklaring der Beginselen voor de Internationale Kulturele Samenwerking, de Europese Konventie ter Verdediging der Mensenrechten en der Fundamentele Vrijheden, stuk voor stuk teksten die ondertekend werden door de Regering en geratificeerd werden door het Parlement van ons land.
De Frans-Vlamingen eisen de eerbiediging van hun recht om als Vlamingen erkend te worden
Doordat ze samenhorigheid erkennen met degenen die de Regio Noord - Nauw-van-Kales bewonen, onder meer Artesiërs, bewoners van de Boonse, Kamerijkers en Henegouwers, staan ze erop om genoemd te worden bij hun eigen naam "Frans-Vlamingen" en verwerpen ze iedere andere min of meer kunstmatige naamgeving.
Doordat ze hun wil betuigen om mee te werken aan de ontplooiing van de Regio Noord - Nauw-van-Kales, vragen ze dat het regionale kader, de eigenheid van Frans-Vlaanderen, vrucht van de aardrijkskunde (het Vlakke Land) en van de geschiedenis (het Graafschap Vlaanderen) niet miskend zouden worden; ze precizeren, in dit opzicht, dat de term "Frans-Vlaanderen" toepasselijk is op de arrondissementen Rijsel, Dowaai en Duinkerke en dat hij niet uitgebreid mag worden tot het geheel van de Franse Nederlanden en nog minder beperkt blijven bij de enkele kantons in het arrondissement Duinkerke waar de Vlamingen Vlaams spreken; ze steigeren tegen elke verdeling van de Vlaamse arrondissementen over verschillende departementen, in geval van een eventuele administratieve herindeling.
Zij vragen dat het embleem met de Vlaamse Leeuw, ver van beschouwd te worden als een tot oproer aanzettend teken, door de publieke overheid erkend zou worden en zetten de lokale gemeenschappen en de particulieren aan om het te hijsen naast de nationale en gemeentelijke kleuren, ter gelegenheid van openbare feesten en plechtigheden.
Ze vragen dat de plaatsnamen van Vlaamse of Pikardische oorsprong geëerbiedigd of in eer hersteld zouden worden door de lokale gemeenschappen, door de departementale en regionale overheid en door de nationale administraties; dat de nieuwe namen van wijken en elke nieuwbouw gekozen zouden worden in samenhang met de oorspronkelijke toponymie; dat ze voor de bestaande of te scheppen verkavelingen ter ekonomische ontplooiing, de echte streeknamen die te dikwijls miskend zijn, weer op zouden nemen (Blootland, Houtland, Pevele, enz...).
Ze vragen dat de familienamen evenals de plaatsnamen van Vlaamse oorsprong, gespeld en uitgesproken worden volgens hun korrekte Vlaamse uitspraak en dit vooral op radio en televisie.
De Frans-Vlamingen eisen dat hun eigen geschiedenis en hun natuurlijk en kultureel erfdeel gekend en gevrijwaard zouden worden
Om te maken dat de Frans-Vlamingen zich meer bewust van en trots zouden zijn op de waarde van hun erfdeel, vragen ze dat hun geschiedenis die lang onderscheiden is geweest van die van de overige Fransen, en die, in ieder geval originele trekken vertoont, onderwezen zou worden, in permanent verband met de nationale en universele geschiedenis, in de scholen, atenea en kolleges van Frans-Vlaanderen, en dat het aanzienlijke aandeel dat de Vlamingen hadden in de ontplooiing van wetenschap, techniek en kunst in onze Westerse beschaving biezonder onderstreept wordt.
Ze vragen dat de navorsing van het patrimonium van de Frans-Vlamingen aangewakkerd zou worden door het stichten van of de steun aan hieraan beantwoordende instellingen of vereningen en dat de resultaten van dit vorsingswerk uitgegeven en ruim verspreid of via andere media bekend gemaakt worden.
Ze vragen dat de wetten streng toegepast zouden worden en dat aanvullende maatregelen genomen worden, biezonder op regionaal vlak, om, beter dan vroeger, de ongeschonden natuuren het kulturele erfdeel van Frans-Vlaanderen te vrijwaren - originele landschappen, schilderachtige hoekjes, historische plaatsen, landelijke gebouwen, kunstwerken, technische of alledaagse voorwerpen, archief, enz... - en dat ruimere kredieten aan deze tak besteed zouden worden om de achterstand in te halen en sommige vergissingen recht te zetten.
Ze vragen dat maatregelen genomen worden biezonder op regionaal vlak om de vervlakking van de bewoning tegen te gaan, door betere raadgeving en richtlijnen aan eigenaars en promotoren en door aanmoediging van ieder initiatief gericht op de ontplooiing van de kreativiteit van de stedebouwkundigen, architekten en aannemers met inachtneming van de traditionele normen en materialen.
De Frans-Vlamingen eisen dat hun recht op uitdrukking in hun eigen taal erkend en tot werkelijkheid gemaakt zou worden
Ze vragen dat het Vlaamse dialekt, gesproken of begrepen door 150.000 mensen in de Westhoek (arrondissement Duinkerke) niet meer beschouwd zou worden als "allogene taal" maar, integendeel, als een van de moedertalen van de Fransen en dat op grond daarvan het in kleuter - en lager onderwijs gebruikt zou worden in het raam van een globale pedagogie en onderwezen aan de kinderen, zodat zij zich zouden mogen ontplooien in de taal van hun voorouders; zodat zij, als ze het wensen, in het voortgezet onderwijs, de kennis van het Nederlands - litteraire vorm van het Vlaams, dat over onze grenzen door nu al bijna 22 miljoen Europeanen gesproken wordt - gemakkelijker zouden kunnen leren.
Ze vragen dat de Pikardische dialekten, gesproken in Frans-Vlaanderen - in Grevelingen en omstreken, in de Leievlakte en in de arrondissementen Rijsel en Dowaai eveneens erkend zouden worden en gebruikt in het kleuter - en lager onderwijs om het begrijpen mogelijk te maken van de traditionele volkskulturen van de Romaans sprekende Vlamingen.
De Frans-Vlamingen eisen dat hun kulturele uitdrukkingsvormen erkend, ontwikkeld en doorgegeven worden
Zij vragen dat de officiële overheid, samen met de inspanning ten gunste van de feesten gewijd aan de verschillende nationale en buitenlandse kulturen, belangrijke hulp zou toekennen, met het oog op decentralizatie en volksopvoeding, aan alle initiatieven die, zowel in het Frans, in het Vlaams als in het Pikardisch, gebruik maken van traditionele uitdrukkingsmiddelen - litteraire werken, volkstoneel, muziek, liederen, dansen, spelen, enz... vooral als het erom gaat om ze aan te passen aan de nieuwe technieken en open te stellen voor de aspiraties van de hedendaagse mens.
Zij vragen dat de Frans-Vlamingen, zonder dat hun oprechtheid tegenover Frankrijk ook maar in twijfel getrokken zou worden, voor hun etnische en kulturele solidariteit zouden mogen uitkomen met de Vlamingen van over de grens en de uitwisselingen uitbreiden met België en Nederland in het biezonder, met het oog op medewerking aan de herwaardering van Vlaams en Pikardisch, en om die als band te laten dienen tussen de Franse kultuur en die van de Noordelijke Nederlanden.
Zij vragen dat alle media- zowel de publieke als de private, zowel pers, radio als televisie - een ruimere plaats zouden inruimen voor de geschiedenis, de kultuurvormen, de traditionele talen van Frans-Vlaanderen; dat op die gebieden alle wettelijke, financiële en technische "faciliteiten" gegeven zouden worden aan de kommunicatiemiddelen uit initiatief van partikulieren of verenigingen ontstaan (uitgeverij, private lokale radio, enz...).
Zij vragen dat het imago van Frans-Vlaanderen samen met de hele regio Noord - Nauw-van-Kales, geherwaardeerd zou worden, zowel in het binnen - als in het buitenland, door het toenemen van de informatie over de rijkdom van onze steden en van ons platteland aan de ene kant, en door een volgehouden inspanning ten gunste van een sociaal toerisme met hoge kwaliteit aan de andere kant; dit in samenwerking met de onderwijs - en woningstrukturen, met de massamedia en met medewerking van de bevolking uit de ontvangstzones.
Aangenomen door de kulturele en regionalistische vereningen van Frans-Vlaanderen, in Hazebroek, op 19 december 1981.
|